Onderzoeksthema’s

Als sociaalwetenschapper doe ik naar verschillende thema’s onderzoek, waaronder homofobie, de multiculturele samenleving, de opkomst van Fortuyn en Wilders en stadsontwikkeling op de Amsterdamse Wallen. Al deze thema’s gaan uiteindelijk over diversiteit en tolerantie in Nederland. Over deze thema’s ben ik ook regelmatig in de media te vinden.


Homofobie en antihomogeweld
In 2008/2009 publiceerde ik mijn eerste onderzoek: Als ze maar van de afblijven (volledig als PDF te downloaden). In opdracht van de gemeente Amsterdam en de politie Amsterdam-Amstelland, en in samenwerking met collega’s Gert Hekma en Jan Willem Duyvendak deed ik onderzoek naar de motieven van daders van antihomogeweld. Mijn conclusie was dat veel (met name jonge) mannen in Nederland homoseksualiteit nog altijd ervaren als een bedreiging voor hun mannelijkheid, ook zij die zich scharen achter de progressieve waarden van de seksuele revolutie.

> Lees over mijn onderzoek in The New York Times (2008)
> Bekijk mijn interview in 5 Uur Live (RTL4) over antihomogeweld (2017)


Project 1012 en stadsontwikkeling in het Wallengebied
In 2008 begon ik met een onderzoek naar Project 1012, een omvangrijk beleidsplan van de gemeente Amsterdam gericht op de ruimtelijke structuur van het Wallengebied. Door controverses te volgen via interviews en etnografie heb ik de invloed van stedelijke vernieuwing op identificatieprocessen in deze unieke gemeenschap vastgelegd, onder andere in de seksindustrie. Mijn conclusie was dat de gemeente met de aanpak een repressief en moreel geladen beleid is gaan voeren ten aanzien van prostitutie, waarmee werd gebroken met decennia van gedoogbeleid. Mijn belangrijkste kritiek op Project 1012 is dat de twee hoofddoelstellingen ervan (economische opwaardering via stedelijke vernieuwing enerzijds, en het aanpakken van criminaliteit in de seksindustrie anderzijds) niet goed van elkaar gescheiden zijn. Economische belangen zijn zo bedekt met een morele discussie waarin sekswerkers a priori niet serieus zijn genomen als gesprekspartner, wat een democratisch beleidsproces heeft ondermijnd.

> Kijk mijn optreden in Filemon op de Wallen (BNN/VARA) terug (2017)
> Lees meer over mijn analyse van Project 1012 (2015)


Seksueel nationalisme en de Nederlandse tolerantie
Na mijn onderzoek naar antihomogeweld ben ik me vanaf 2009 gaan bezighouden met onderzoek naar de Nederlandse identiteit als tolerante en progressieve natie. Daarbij ben ik geïnspireerd geraakt door het werk van antropoloog Paul Mepschen naar de rol van homopolitiek in de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders. Ik ben me bezig gaan houden met wat ook wel seksueel nationalisme wordt genoemd: nationalistische identificatieprocessen die ontstaan zijn na 11 september 2001, en die ‘de moderne, tolerante en seculiere Nederlander’ tegenover ‘de achterlijke, conservatieve en religieuze nieuwkomer’ (met name moslims) plaatsen. Mijn conclusie was dat dit soort identificatieprocessen gebaseerd zijn op de assumptie van statische groepen en een lineaire opvatting van tijd. Hierdoor worden uitdagingen op het gebied van de emancipatie van seksualiteit en gender in toenemende mate toegeschreven aan migranten, terwijl de emancipatie van ‘autochtone’ Nederlanders ‘voltooid’ zou zijn. Dit creëert een eendimensionaal beeld van Nederlanders met een migrantenachtergrond, en bemoeilijkt het bespreken van de worstelingen die Nederlanders breed in de samenleving ervaren met diversiteit op het gebied van seksualiteit en gender.

> Lees hier mijn stuk met Paul Mepschen over seksueel nationalisme (2011)
> Bekijk mijn interview met Leo Blokhuis (NPO) over de Nederlandse tolerantie (2017) 


De Nederlandse paradox en moderne uitsluiting
Vanaf 2016 ben ik me opnieuw bezig gaan houden met de positie van seksualiteit en gender in de Nederlandse samenleving. Dit is een voortzetting van wat ik in eerder onderzoek ook wel de ‘Nederlandse paradox’ noem. Nederlanders geven meer dan in andere Westerse landen aan dat zij progressieve waarden op het gebied van seksualiteit en gender omarmen, maar LHBT’s zelf geven aan nog allerlei problemen met uitsluiting te ervaren. Mijn conclusie was dat uitsluiting niet is verdwenen in het moderne Nederland, maar eerder van gedaante veranderd. Expliciete, traditionele uitsluiting heeft plaatsgemaakt voor impliciete, moderne uitsluiting. Nog altijd worden normen overgedragen die uitsluitend werken naar minderheden, vaak onbedoeld en onbewust, subtiel verpakt in alledaagse omgangsvormen of in instituten.

> Lees mijn stuk over de Nederlandse paradox op De Correspondent (2016)
> Lees mijn Riek Stienstra/Schorer Lezing over moderne uitsluiting (2017)


Gay pride versus gay shame
Vanaf 2016 ben ik me ook meer gaan bezighouden met de vraag wat de impact is van (moderne) uitsluiting op het psychosociaal welbevinden van LHBT’s. Hierbij ben ik sterk beïnvloed door het werk The Velvet Rage, geschreven door de Amerikaanse psychotherapeut Alan Downs. In zijn werk met vaak homoseksuele cliënten in Los Angeles kwam hij tot de conclusie dat ook mannen die hun homoseksualiteit ‘out and proud’ vieren vaak nog fundamenteel worstelen met hun zelfbeeld. Ik heb zijn inzichten proberen toe te passen op de Amsterdamse context, door te kijken naar hoe ervaringen van LHBT’s met uitsluiting invloed hebben op de manier waarop hun seksualiteit en gender zich ontwikkelen. Hiervoor heb ik onder andere samengewerkt met De Correspondent en filmmaker Robin Vogel, die de documentaire Weg van de Kerk produceerde. Mijn conclusie was dat veel homomannen in het Amsterdamse uitgaansleven balanceren tussen gay pride en gay shame: zij vinden hun autonomie in de vrije moraal op het gebied van seks en gender, maar worstelen nog dikwijs met de manier waarop zij deze moraal een gezonde en gebalanceerde plek in hun leven kunnen geven.

> Lees mijn stuk over het Amsterdamse homonachtleven op De Correspondent (2016)
> Lees mijn toespraak over LHBT in Nederland voor Gert Hekma (2017)


De toekomst van seksualiteit en gender: voorbij LHBT+
Mijn onderzoek naar LHBT’s in Nederland heeft me extra bewust gemaakt van de historische instabiliteit van termen als homo en hetero. Ik hou me in mijn onderzoek bezig met de vraag hoe identificatieprocessen op het gebied van seksualiteit en gender verschuiven in Nederland. De maatschappelijke discussie over de letters in LHBT+ laat zien dat de plaats van seksualiteit en gender in de Nederlandse samenleving nog niet gestabiliseerd is. Onderzoek naar coming out laat zien dat steeds meer jongeren zich aangetrokken voelen tot een ‘tussen-identiteit’, tussen man/vrouw of hetero/homo in. Dit roept de vraag op welke vormen ‘post-gay’-identiteiten kunnen aannemen. In de traditie van gender studies en queer studies bestudeer ik identiteiten als sociale praktijken en gedragingen. Mijn voorlopige conclusie is dat identiteiten rond mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit in de moderne samenleving aan een fundamentele verschuiving onderhevig zijn, waarbij het traditionele binaire denken over seks en gender aan terrein verliest.

> Lees mijn interview over veranderende identiteiten van seks en gender op de NOS (2016)
> Lees mijn interview over top en bottom als seksuele identiteiten op Expreszo (2015)

Advertenties
%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close